strekdamIn Dagblad "De Stem" stond op donderdag 25 september een artikel over een zitting van de Raad van State die moet beoordelen of de aanleg van enige strekdammen in de Westerschelde waardoor 1,34 ha laag-dynamische natuur ontstaat afbreuk doet aan de significante waterkwaliteit  van de 34.000 ha aan natuur die de Westerschelde groot is.

zie hiervoor het artikel als pdf-bestand
: Provincie_doet_aan_tuinieren.pdf
 
Reactie vanuit het veld:
Hoe vasthoudend kunnen mensen zijn als die met oogkleppen op aan veronderstellingen vasthouden die kant nog wal raken. Allereerst is de Westerschelde een ZEEARM, een deel dus van de Noordzee en GEEN RIVIER!! Hoe meer ruimte er wordt geschapen aan water in die zeearm (polders onder water) des te hoger komt de vloed, hoe smaller des te lager, zeker naar het eind ervan in de Belgische Zeeschelde, en dat kan de redding of ondergang voor Antwerpen zijn.
Ontpolderen had toch ten doel om fouragegebieden te scheppen voor vogels en paaigebieden te realiseren voor vissen?
Dat is laag-dynamische natuur. Welnu, strekdammen zorgen daarvoor. Maar.....O. wee!! Nu verdwijnt er 1,34 ha hoogdynamische natuur van de 34.000 ha die er liggen in de Westerschelde. Alsof er een mug in de zee piest!
Hoe zo, de Westerschelde is er slecht aan toe?. Vandaar de vele zeehondjes die tot bij Perkpolder op de zandplaten liggen te zonnen. Ga liever procederen in Belgie"!!! .Daar komt de vuiligheid immers vandaan!!
En dan zou door ontpolderen het water ineens schoner worden? 

De "Vogelbescherming" gesteund door de Postcode Loterij en andere donaties gebruikt dat geld om koste wat koste haar gelijk te krijgen inplaats van dat ze die donaties besteden waar ze voor dienen. Dat ze daarbij ook met onze belastinggelden de Provincie op onnodige kosten jagen interesseert  die groep  vogelliefhebbers blijkbaar niet.
(Aldus opgetekend door J.Everaert beheerder van deze website.)

Dhr van Melle berichtte ons:
Bijgevoegd ontvangt u een kopie van een brief aan de Vaste Kamercommissie EZ betreffende
voorlandecotopenkaarten van de Westerschelde.
Die kaarten staan op de agenda van het Algemeen Overleg op 2 oktober.
Met deze brief maken wij de Tweede Kamer attent op een rapport van Arcadis van 17 april 2014, dat geschreven is in opdracht van de VNSC, waaruit te concluderen valt dat de uitspraken die de Staatssecretaris over laagdynamische ecotopen gedaan heeft achterhaald zijn en dat het sinds 1996, na twee vaargeulverruimingen, goed gaat met de Westerschelde.
Schor en pioniersvegetatie zijn maar liefst met 449 hectare toegenomen. En de voor ecologie belangrijke laagdynamische ecotopen is met 181 hectare toegenomen.
De Staatssecretaris heeft de Kamer niet van dit rapport op de hoogte gebracht.
Met vriendelijke groet,
Leendert van Melle

Brief-cieEZ-ecotopenkaarten.13-9-2014.def_1.pdf

Kort commentaar:

Habitat H1330A (Schor buitendijks) is in de Westerschelde in 16 jaar uitgebreid met 351 hectare en habitat H1310A (Pioniersbegroeiing met zeekraal) is in de Westerschelde gegroeid met 98 hectare. Bij elkaar 449 hectare. (Hedigepolder 300ha)
Arcadis verwacht dat deze toename in schor blijvend zal zijn!
Kennelijk is de dynamiek in de Westerschelde, in combinatie met strategisch storten, in staat om te anticiperen op twee verdiepingen.
Daar is dus geen ontpoldering voor nodig.

ONTPOLDEREN NOOITStichting “Red onze Polders”   Secretariaat Eendragtweg 12   4543 PL Zaamslag 
Tel 0115 431718 / 06 54362376

Beste Lezers van de Nieuwsbrief “Red onze Polders”.
Wij vragen uw aandacht voor de uitnodiging van een bijzonder congres over de toekomstmogelijkheden van De Westerschelde.
“Red onze Polders” zal een bijdrage leveren, want dit voorstel voorziet in het behoud van onze polders. Zeer interessant om te horen wat plannenmakers in petto hebben! Wenst u deel te nemen aan dit congres, dan kunt u zich opgeven via de website  www.escgoes.nl/congressen
                             
Groots waterbouwkundig congres ‘Bouwen in Water’ – Neeltje Jans.
De kosten voor deze dag incl. lunch en consumpties bedragen voor de sympathisanten
van “Red onze Polders” € 40,00.

Op 2 Oktober 2014: 
De congresaccommodatie van de Neeltje Jans op de Oosterscheldekering is op 2 oktober de ontmoetingsplaats voor professionals en geïnteresseerden uit de wereld van de waterbouw. Grote internationale baggeraars, waterbouwers, ingenieursbureaus, overheid en havenschappen uit zowel Nederland als België  hebben zich reeds aangemeld. Op donderdag 2 oktober 2014 nemen zij kennis van een vooruitstrevende toekomstvisie  voor de Westerschelde, haar havens en industrieën.
Onder voorzitterschap van prof. drs. ir. J.K. Vrijling presenteren twaalf zeer gerenommeerde sprekers hun langetermijnvisie.
Zij dragen duurzame oplossingen aan voor de vele problemen die de Westerschelde in groeiende mate met zich meebrengt.
Diverse onderwerpen worden uitvoerig behandeld: Is een stormvloedkering voor de bescherming van het achterland in de toekomst onontkoombaar? Hoe gaan wij die realiseren,  financieren en inrichten? Geeft dit mogelijkheden voor een buitengaatse containeroverslaghaven met een tweede Noord-Zuidverbinding? Zijn de Scheldeverdragen nog wel van deze tijd en hoe staat het met de nautische veiligheid? Ook wordt er uitgebreid aandacht besteed aan het onderhoud van de vaarwegen en de toegankelijkheid van de havens.

Wat is de status van onze zeeweringen nu en in de toekomst, rekening houdend met de stijging van de waterspiegel en de verdieping van de Westerschelde? Is ontpoldering wel noodzakelijk of juist een aantasting van bestaande en kostbare natuur? Waar liggen de kansen om economische ontwikkelingen en ecologie duurzaam te laten samengaan?

Op al deze vragen geeft het congres ‘BOUWEN IN WATER’ een antwoord. Dagvoorzitter prof. drs. ir. J.K. Vrijling  sluit het congres af met een paneldiscussie. Aansluitend is er een netwerkborrel om verder individueel met elkaar van gedachten te wisselen.

Het congres is grensoverschrijdend vanwege de belangen voor zowel de Nederlandse als Belgisch- Vlaamse Schelderegio. De belangstelling is groot te noemen. De organisatie, ESC uit Goes, adviseert u tijdig in te schrijven via de website www.escgoes.nl/congressen. Ook de laatstejaarsstudenten van de Hoge School en TU zijn van harte welkom. Zij dienen zich eveneens via voornoemde website in te schrijven.

Hoe te komen tot echt herstel Westerschelde Er is  veel gesteggel rond de natuurprojecten Hedwigepolder, Perkpolder, Waterdunen (Oud Breskenspolder) en het Zwin. Ten onrechte wordt keer op keer aangegeven dat deze projecten leiden tot natuurherstel in de Westerschelde.
Dat is onjuist, deze projecten doen niets aan natuurherstel van de Westerschelde en werken zelfs (marginaal) averechts. De natuurlijke ontwikkeling van de Westerschelde is uit balans door menselijk handelen. Biologen en ecologen constateren een verschuiving in de natuur van ondiepe naar diepere estuariene natuur.
Juist die ondiepe natuur, met name de intergetijdnatuur, achten zij (terecht) het waardevolst.
De relevante factoren in dit proces zijn de eerste twee verdiepingsrondes, de zandwinning zowel op de Zeeschelde als op de Westerschelde, alsmede de door de Vlamingen te ruim gemaakte Zeeschelde.
Nog altijd vindt beetje bij beetje verschuiving plaats naar diepere estuariene natuur door verlies van sediment in de Westerschelde als gevolg van zandwinningen tegen natuurlijk verlies aan slib en zand vanuit de Westerschelde aan de Zeeschelde.
Dit gaat gewoon door, of de "poldernatuurprojecten" nu worden uitgevoerd of niet.
Hoe meer er in die projecten bodemafgravingen plaats vinden, des te meer zal hierdoor ook sediment aan de Westerschelde worden onttrokken door opslibbing. Dit is echter een beperkt effect.

Als de Nederlandse overheid echt iets wil doen aan 'natuurherstel' van de Westerschelde, dan zal eerst naar een situatie moeten worden gezocht waarin verdere onnatuurlijke verschuiving kan worden gestopt. De mogelijkheden om dit een halt toe te roepen zijn er. 
Allereerst dient het Rijk te stoppen met het verlenen van zandconcessies. Voorts zal Vlaanderen het jaarlijkse verlies van sediment (twee derde slib, een derde zand) aan de Zeeschelde moeten terugstorten in de Westerschelde.
Het terugstorten van slib in de Westerschelde biedt Vlaanderen beleidstechnisch grote voordelen. Maar samen uit, samen thuis: ook het zand terugstorten!

Alternatief.  In een volgende stap kunnen ter compensatie naar behoefte in de verschillende morfologische eenheden van de Westerschelde strategisch zandbuffers (zandmotors) worden aangebracht, die tot meer ondiepe estuariene natuur zullen leiden.
Wel zal er sprake zijn van een toename van 'slim' baggeren, maar dat is inherent aan de niet-natuurlijke ligging van de Antwerpse haven voor diep stekende schepen.       Dit is al in een eerder stadium als alternatief bij de toenmalige commissie-Nijpels ingediend.
Deze commissie wenste echter geen oplossingen in de Westerschelde zelf in beschouwing te nemen,
omdat deze niet zouden leiden tot uitbreiding van estuariene natuur.
De genoemde projecten voor poldernatuur ,in feite tekentafelnatuur, staan dus op zichzelf en bieden ook geen compensatie in lijn met de verschoven natuur (volstrekt andere omstandigheden).
De overheid had deze projecten niet mogen promoten onder het onjuiste voorwendsel van natuurherstel in de Westerschelde.
Verdieping en Ontpoldering zijn feitelijk vormen van zelfondermijnend gedrag.

Het meest ondoordachte plan is de 75 hectare getijde-natuur in plan Perkpolder onder regie van de provincie Zeeland.
Hier worden uiterst zeldzame I2de en /l3de-eeuwse zoete polders,ouder dan de Westerschelde, in een binnenbocht gelegen van de Westerschelde ,deels afgegraven en bewust sterk verzilt.
De verzilting zal zich niet beperken tot het plan zelf. De zeedijk wordt landinwaarts verplaatst en secundaire dijken in het plangebied verdwijnen. Daarmee wordt het adagium van meerlaagse veiligheid geweld aangedaan.
Een inrichtingsplan met afgravingen is niet duurzaam en niet zinvol vanwege de opslibbing. Deze opslibbing speelt ook bij de andere plannen.
De bescherming van het landschap met zijn natuur is verlaten voor zelf bedachte natuurprojecten.
Afgewacht moet worden in hoeverre de bedoelingen van de ontwerpers uitkomen. De natuur heeft immers haar eigen agenda. aldus een eerdere publicatie van
dhr Ir.W.B.P.M. Lases   Gepensioneerd waterbouwkundig  ingenieur

Noot vanuit het veld:
Veel inwoners van Zeeland begrijpen niet waarom er niet geluisterd wordt naar argumenten vanuit het veld bij het tot stand komen van het politiek besluit om tot ontpoldering over te gaan. Waarom zo vasthouden aan argumenten  die bij voortschrijdend inzicht blijken niet juist te zijn? En dus niet terug komen op die verkeerde beslissing?
Over de hoofden heen van de bevolking besluiten nemen die de bevolking pijnlijk raken en daarbij het wegmoffelen van inzichten en bewijsvoering die niet pasten in die besluitvorming is toch een ondergraving van de democratisch beginselen?
Als klap op de vuurpijl willen ze ons nu ook nog doen geloven dat de plannen in het Zwin tegemoet komen aan het herstel van de Westerschelde!!
Het Zwin is een aparte inham aan de Noorzee op de Belgische grens!! Het moet toch niet zotter worden!

 

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald blijkt in deze niet aan de verantwoordelijke overheid besteed.
Schrijven van waterbouwkundig ingenieur dhr Lases  met betrekking tot de vergadering van de Commissie REW van 5 september 2014  te Middelburg    

Geachte leden van de Staten van Zeeland,
Op initiatief van Groen Links heeft vorige maand “een zicht op beleid” bijeenkomst plaats gevonden over de Westerschelde. Daar heeft uw beleidsambtenaar …....., tevens toehoorder van uw provincie bij de VNSC (Vlaams Nederlandse Schelde Commissie), een beeld over de Westerschelde gegeven.
De Westerschelde zou verworden tot een slibkanaal met steile wanden. Het meergeulen systeem zou verdwijnen. (
wetenschappelijk onjuist)
Verwezen werd naar de Seine. Er zou een zeer slechte staat van instandhouding zijn en een zeer hoge urgentie om daar wat aan te doen. (
overdreven en zeer subjectief) Hij schetste daarmee een beeld voor u dat niet klopt met de werkelijkheid. Waarschijnlijk is hij niet op de hoogte van o.a. de rapporten van de projectgroep Veiligheid en Toegankelijkheid (V+T) van de VNSC.
Al in 2001 was vanuit een studie van prof. Ir. H.Winterterp bekend dat het meergeulen systeem zich zelf in stand houdt, waarvoor de huidige ligging van de dijken zeer bepalend is. Asymmetrie in getij-beweging. Op een symposium in Brussel in het voorjaar van 2013 is dit nog eens verteld door wetenschappers, die bij de VNSC-rapporten betrokken zijn Verder heeft men aan de hand van modelberekening onderzocht wat er zou gebeuren met de Westerschelde als er werkelijk sprake zou zijn van een kanaal met steile wanden met de huidige ligging van de dijken. Het blijkt dat dan gewoon het meergeulensysteem weer terug komt.
De Westerschelde gaat langzaam maar zeker verder achteruit in de zin van dat de verschuiving van ondieper naar dieper doorgaat. De groene project-ontwikkeling langs de Westerschelde, zoals plan Perkpolder en de Hedwigepolder/Prosperpolder kunnen geen bijdrage leveren aan het herstel daarvan.
Integendeel het stimuleert die achteruitgang zelfs en meer naarmate er meer afgegraven wordt. Dit valt af te leiden uit de slib- en zandbalans van de Westerschelde De Westerschelde verliest
door menselijk handelen jaarlijks zand en slib en wordt steeds ruimer.
De Westerschelde is niet te krap, maar juist te ruim. Alleen de Noordzee doet iets aan natuurherstel van de Westerschelde door meer slib te leveren, dan het zand ontvangt.
Dit weegt niet op tegen de grote sediment (zand en slib) hoeveelheid, die de Westerschelde verliest aan de veel te ruim gemaakte Zeeschelde en natuurlijk verlies aan slib door verdere opslibbing van het Land van Saeftinghe.
Bovendien wordt er nog altijd zand gewonnen in de Westerschelde en in de Zeeschelde.
Daar zitten de problemen.
Door een merkwaardige kronkelredenering, onbekendheid met de natuur, worden in de plannen Perkpolder en Hedwigepolder grote afgravingen opgenomen om
extra zee (geen ruimte voor de rivier, die daar niet is) te maken. Men maakt zo omvangrijke slibvangen.
Slib dat ook aan de Westerschelde onttrokken wordt.
Een stimulering van het probleem. Geen natuurherstel van de Westerschelde dus. Er kan in deze plannen ook evenmin sprake zijn van de locaal
gewenste cyclische successie. Deze krijgt pas in een eindefase de overhand. Voor cyclische successie zou men juist de gronden moeten ophogen en meer een eindfase moeten nabootsen (allemaal maakbare natuur).
Bovendien laat men dan de bestaande kleilagen intact en blijft de weerstand tegen de bewuste verzilting door deze projecten maximaal.
Vanwege de doorgaande verruiming (verlies aan bodemmateriaal) en minder wordende stabiliteit van de bodem (slib voor zand) is de veiligheid in het geding. Met de misleidende etikettering van de groene projectontwikkeling langs de Westerschelde als zijnde natuurherstel Westerschelde, wat het niet is, wordt de aandacht afgeleid van de werkelijke problematiek, die serieus moet en kan worden aangepakt.
Oplossingen liggen in de Westerschelde zelf. Met die aanpak is de natuur echt mee gediend (zie “Hoe werkelijk natuurherstel Westerschelde” in Cobouw 17.01.2014).
(
Dit in weerwil van de commissie Nijpels, die met name de belangen van groene projectontwikkelaars behartigde en waarin geen waterloopkundige zitting had.)
Anders komt de noodzaak van een kering in de monding van de Westerschelde steeds dichter bij.
Deze problematiek heb ik verwoord in mijn zienswijze op het r.i.p. Hedwigepolder. De beweringen in de hoofddoelstelling van het r.i.p. Hedwigepolder als zou de Westerschelde verworden tot een kanaal met steile wanden, als zou de Westerschelde te krap zijn en als zou het plan Hedwigepolder een bijdrage kunnen leveren aan het meergeulen stelsel, missen elke wetenschappelijke onderbouwing.
Ook de MER-Hedwigepolder beschrijft het effect op het hoofddoel van het plan, het meergeulen stelsel niet. Dat is toch het eerste dat men had mogen verwachten.
Mijn zienswijze kaart een aantal fundamentele onjuistheden aan en, indien aanvaard, leiden tot een andere benadering en een ander beleid. Mijn verwijzing naar de rapporten van de VNSC wordt in de nota van beantwoording gepareerd door te zeggen dat de VNSC geen bevoegd gezag is en dat die rapporten niet tot dit plan behoren. Andere punten worden ondeskundig afgedaan
(
Een voorbeeld: in de ontwikkelingsschets wordt aangegeven dat ontpoldering van de Hedwigepolder zal leiden tot 5 km minder zoutindringing. Dit is wetenschappelijke onzin. De tendens is juist vergroting.Toch doet men of de neus bloedt, omdat men de kennis niet heeft.)
Het antwoord is duidelijk. Wetenschappelijke feiten, die het steeds ingepeperde onjuiste beeld ondermijnen, zijn ongewenst en wil men niet horen.
De zienswijzenronde is juist door de overheid ingelast om zorgvuldigheidsredenen. Door zienswijzen niet serieus te nemen en weg te schrijven, mist dit zo zijn doel. Men kan zich op deze wijze er van af maken, omdat niet-direct-betrokkenen, deze feiten en dit misplaatste handelen niet aan de kaak kunnen stellen bij de Raad van State.
De provincie Zeeland is echter de hoofdverantwoordelijke voor de behandeling van de zienswijzen. Ik heb de staatssecretaris over de onjuiste behandeling van mijn zienswijze geïnformeerd. In mijn gesprek op het ministerie bleek dat uw projectcoördinator op het standpunt bleef staan, dat alles zorgvuldig was bekeken, zonder enige behoefte te hebben, om na te gaan in hoeverre de klacht op waarheid berust. In de beantwoording van mijn zienswijze is het duidelijk, dat de antwoordgevers niet beschikken over waterloopkundige of morfologische kennis. Een eerste vereiste toch voor de Westerschelde problematiek. Als nu in de bezwaarschriften van direct betrokkenen aan de Raad van State de bovenstaande kritiek op het wezen van de hoofddoelstelling niet is aangekaart, dan zal de Raad van State daar op ook niet op kunnen reageren. Het betekent dat de provincie Zeeland wezenlijke steken heeft laten vallen in haar verantwoordelijkheid voor een juiste beantwoording van zienswijzen. Daarmee stopt het bestuur van de provincie onbewust, door ambtelijk handelen, de kop in het zand en is in hoge mate verantwoordelijk voor het in stand houden van de
misleidende mythe dat de groene projectontwikkeling langs de Westerschelde iets te maken zou kunnen hebben met natuurherstelvan de Westerschelde, terwijl de Westerschelde gewoon verder achter uit blijft gaan.

N.B. Ook in de nota van beantwoording van het r.i.p. Zwin worden zienswijzen ten onrechte afgepoeierd. U stelt ook in deze dat uitbreiding en afgraven (niet in stand houden) van het Zwin natuurherstel Westerschelde is. Het Zwin heeft waterloopkundig echter in het geheel niets te maken met de Westerschelde en kan niet aan dat natuurherstel bijdragen. Het Zwin ligt aan de Noordzee. Er komt geen druppel Schelde water. [In de nota van beantwoording wordt dit geen onderbouwing gevonden en wenst men daar verder niet op in te gaan, terwijl het de kern van de zaak is.]
Uitbreiding en afgraving geeft extra ruimte aan de zee en heeft met welke rivier ook niets te maken.[In de nota van beantwoording wordt regelmatig geschermd met de term experten-oordeel, zonder transparantie (er heeft nl. geen expert-judgement bijeenkomst plaats gevonden), als een soort “deus ex machina”. Het betekent een oordeel geven zonder dat er gegevens beschikbaar zijn.]

Ik mag u nadrukkelijk verzoeken om aandacht aan de inhoud van deze brief te besteden.
Hoogachtend,

Ir W.B.P.M. Lases

REACTIE VANUIT HET VELD!

Los van alle wetenschappelijke onderbouwing weet de gewone man, die de Westerschelde en zijn grillen kent en meegemaakt heeft dat alle geulen ZELF door de natuur gemaakt worden en hoe je ook baggert, de Westerschelde herstelt dat op haar manier.
De Westerschelde zorgt zelf voor landwinning als de mens niet ingrijpt. Dit in tegenstelling tot de mening van onze "natuurvrienden" die denken dat het estuarium MEER water wilt!!
In 1953 werd door aanhoudende stormweer uit NOORDWESTEN het water in de Noordzee zo hoog opgestuwd, dat het niet voldoende weg kon via het Nauw van Calais en  verder opgestuwd werd in de riviermondingen van ons land.
Nu is er nog maar EEN monding over in ons land als  zo'n weersgesteldheid zich herhaalt. Ieder mens met gezond verstand snapt toch dat uitbreiding van het wateroppervlak leidt tot nog hogere waterstanden, zeker bij springtij!
Voor wie eb en vloed nog niet duidelijk is........ de maan en ook de zon zorgen door hun aantrekkingskracht dat er bijvoorbeeld op de Atlantische Oceaan een grote bult aan water zich in horizontale richting verplaatst. En waar dat water niet door kan stromen hoopt dat zich op. Wanneer men nu zo stom zal zijn het wateroppervlakte van de Westerschelde groter te maken, moet er tijdens de eb- en vloedperiode in zelfde tijd evenveel water worden afgevoerd, dan dat er is opgestuwd. En dat gaat niet. Elk tij wordt dat hoger.

Dat was ook de oorzaak van de Watersnoodramp van 1953.

 

Hedwigepolder zal niet bijzonder worden lezen we in “Dagblad De Stem” van 19 augustus.
VLISSINGEN –Verwacht van de ont­poldering van de Hedwigepolder geen wonderen voor de natuur in de Westerschelde. De bijna 300 hec­taren zullen snel en hoog aanslib­ben, waardoor buitendijkse schor­ren en zilte graslanden ontstaan, vergelijkbaar met die in het nabijge­legen Verdronken Land van Saefting­he en het Sieperdaschor.
Getijdena­tuur, dat wel, maar niet bijzonder.
Volgens de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak die zich in op­dracht van de Raad van State heeft verdiept in het Hedwigedossier, had het huiswerk over de mate van aanslibbing na de ontpolde­ring en het tempo waarin dat ge­beurt
tot betere resultaten kun­nen leiden. Dat geldt voor de bere­keningen in het milieueffectrap­port, dat uitkomt op een aanslib­bing van 1 centimeter per jaar, maar ook voor die van het door ei­genaar Gery De Cloedt in de arm genomen bureau Svasek dat becij­ferde dat de bodem de eerste twintig jaar gemiddeld 5 centime­ter per jaar omhoog komt. De ad­viseur van de Raad van State meent dat een nauwkeurigere voorspelling van het tempo van aanslibbing mogelijk was geweest.
Het milieueffectrapport voor de ontpoldering van de Hedwigepol­der is ambitieus. Er wordt van uit­gegaan dat aanslibbing en afkal­ving elkaar zullen opvolgen met al­le afwisseling in begroeiing die daar bij hoort. De adviseur tem­pert de hooggespannen verwach­tingen die dat zou kunnen wek­ken.
In ontpolderde staat wordt de Hedwigepolder regelrecht een ge­bied met hoge schorren.
In de ontpolderingsplannen is niet aangegeven welke soorten natuur er zullen ontstaan, zo lang maar
sprake is van natuur die onder in­vloed staat van het getij.
Aan dyna­miek, kwaliteit en diversiteit zijn in de plannen geen voorwaarden gesteld. Ook voor buitendijkse schorren en zilte graslanden die de Hedwigepolder gaan kenmerken, geldt volgens de natuurbescher­mingsregels dat ze moeten worden uitgebreid. De plannen voldoen daaraan, meent de adviseur.
De Raad van State roept de Stich­ting Advisering Bestuursrecht­spraak in netelige kwesties te hulp om ingewikkelde dossiers te analyseren. De bevindingen van de adviseur wegen doorgaans zwaar. Ze worden voorgelegd aan de partijen in een beroepszaak. In het geval van de Hedwigepolder zijn dat eigenaar Gery De Cloedt, vijf pachters en de stichting Red Onze Polders. Die hebben gele­genheid gekregen op de analyse te reageren. Rapport en reacties blijven vertrouwelijk tot de behan­deling van de zaak door de Raad van State.
De ontpoldering van de Hedwigepolder staat donderdag 28 augustus op het programma
Het huiswerk over mate en tempo van opslibbing na de ontpoldering had tot betere resultaten kunnen leiden.
In ontpolderde staat wordt de Hedwigepolder regelrecht een gebied met hoge schorren.

Noot website:
Het moest toch een gebied worden als voedselplaats voor vogels en een kraamkamer voor de vissen?
Het moest toch een gebied worden dat Antwerpen van de verdrinkingsdood zou redden als het water eens te hoog kwam te staan?
Ook het idee , dat wanneer de Westerschelde door verdere ontpoldering nog breder zou worden dat dan de stroomsneldheid zou afnemen werd niet onderbouwd.
Maar hoe meer water er in en uit moet in dezelfde tijd, verhoogt dat toch de stroomsnelheid in de uitgebaggerde geulen?
Water zoekt het laagste punt op...toch?? En... des te hoger wordt het vele water dat dan in het estuarium staat bij vloed toch hoger opgestuwd naar het einde ervan?
Zou het dan toch waar zijn dat:      "Als het kalf verdronken is,...."

Toekomstvisies over de herinrichting van de Westerschelde

"Een stormvloedkering in de Westerschelde is op termijn onontkoombaar.
De vraag is alleen nog maar wanneer en hoe"?

De tendens die men overal in de wereld waarneemt is een verschuiving van de havens naar de zee bij de toenemende scheepsgrootte.De geschiedenis leert bijvoorbeeld, dat pas na de stormvloed van 1916 het voorstel tot afsluiting van de Zuiderzee werd aanvaard. Er moest dus eerst een ramp plaats vinden.

Een multifunctionele waterkering (al of niet met sluizen??) in de monding van de Westerschelde biedt groeikansen voor Vlaamse en Zeeuwse havens met een buitengaatse zeecontainerterminal met transshipment naar de kleinere zeeschepen en binnenvaart.

De zeer grote containerschepen  moeten hun vracht, gesplitst naar bestemming Antwerpen - Terneuzen - Gent - Parijs, Vlissingen, Zeebrugge, lossen op het daarvoor bestemde deel van de nieuwe terminal die in diep water aan de zee ligt zoals nu al aan de Nieuwe Maasvlakte bij Rotterdam·
Met speciale “varende transportcassettes” die in lengtes van 600 à 800 meter worden gekoppeld kunnen dan  door een sleepboot met hoge snelheid,  als een  varende trein naar de binnenlandse havens worden getransporteerd zoals Antwerpen Terneuzen, Gent Zeebrugge en Parijs.
Om deze bakken  te lossen / laden zijn geen grote ship-to-shore kranen meer nodig; dat betekent grote operationele besparingen en hoge snelheden.·
De huidige containerzeeschepen van 6.000 tot 10.000 TEU blijven desgewenst gewoon over de Westerschelde naar Antwerpen varen (al dan niet door schutsluizen, afhankelijk van de totale oplossing).
Het voordeel met betrekking tot de hele grote schepen is dat alléén die containers naar en van Antwerpen worden vervoerd die daarvoor bestemd zijn.
Gebruikelijk blijft nu nog 40 à 50% van de containers zowel op de heenreis als terug over de Westerschelde aan boord. Dus energieverspilling.
Per saldo zullen er niet minder containers naar en van Antwerpen worden getransporteerd, dan zonder Westerscheldekering het geval zou zijn.
Voor de grootste schepen betekent het een tijdwinst van 8 uur heen- en 8 uur terugvaren en nog een extra tijdwinst door snellere terminaloperations.

Een ander heel belangrijk punt in het verhaal is dat de bestaande terminals in Antwerpen gefaseerd omgebouwd kunnen worden volgens ons NGICT-systeem, waardoor op dezelfde ruimte een bijna dubbele capaciteit behaald kan worden. Daarom zal er ook in de komende 50 jaar geen behoefte bestaan om het Saeftinge dok te realiseren, hetgeen ook een enorme financiële besparing oplevert.
HET OPOFFEREN VAN KOSTBARE LANDBOUWGROND ZAL DAN OOK GEZIEN WORDEN ALS KAPITAALSVERNIETIGING EN VOLKOMEN OVERBODIG!



 

ecotopenkaart-westerschelde

 

 

De inschrijving voor het congres BOUWEN IN WATER, dat op 2 oktober in de congresaccommodatie van de Neeltje Jans Oosterscheldekering zal plaatsvinden is reeds van start gegaan..!

De belangstelling voor dit unieke congres is groot! Diverse wetenschappers en bedrijven laten u kennis maken met hun toekomstvisie over de herinrichting van de Westerschelde. Kortom: waardevolle input voor beheersbare groei in en rondom het Scheldebekken!
Kijk voor meer informatie en het volledige congresprogramma op      
www.escgoes.nl/congressen 
Na afloop slotdebat en een netwerkborrel om sprekers en toehoorders van gedachten te laten wisselen.

Aan: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Afdeling Juridische Zaken    Postbus 40219  8004 DE Zwolle

 Naam zender: ................................................................................................Adres:..........................................................

Postcode plaats:........................................................ ......................................datum:.....................................................

Inzake: bezwaarschrift

Geachte heer/mevrouw,

Naar aanleiding van de terinzagelegging van het besluit tot voorlopige aanwijzing vergroting natuurgebied het Zwin met ca. 10 ha. aan Natura 2000-gebied Zwin en Kievittepolder maak ik hierbij bezwaar tegen dit besluit.
De aanwijzing Natura 2000 op een gebied brengt vele regels en beperkingen voor dit gebied met zich mee. Het gebied dat wordt aangewezen ligt aan de rand. Direct naast dit gebied liggen woningen en landbouwgrond. Onduidelijk is wat de beperkingen zijn voor de personen die hier hun woning, bedrijf, of grond hebben liggen.
Gezien  de genoemde feiten dient de 10 ha. Zwin niet voorlopig als vergroting van het Natura 2000-gebied Zwin en Kievittepolder te worden aangewezen.
Ik verzoek u dan ook mijn bezwaarschrift gegrond te verklaren.
Verder sluit ik mij aan bij de argumenten in het het bezwaarschift van de Stichting "Red Onze Polders".

Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groeten,

Naam:

Handtekening: