Ir W.B.P.M. Lases is waterbouwkundige.

Soms is ‘nieuwe natuur’ slecht voor de natuur

Met de afgraving van de zeedijk van de oostelijke Perkpolder in ZeeuwsVlaanderen is vorige MAAND de volgende ontpoldering begonnen.
Natuur is kostbaar, betoogt de paus in zijn encycliek, maar niet iedere ingreep komt haar ten goede, stelt Wil Lases.
Met afgraven van de zeedijk van de oostelijke Perkpolder worden delen van drie twaalfdeeeuwse polders nieuwe zee.

In Kracht, het magazine van Rijkswaterstaat, van deze maand wordt vermeld dat het goed is voor de natuur in de Westerschelde en voor de recreatie.
noot redactie: Welke natuur? Hoezo recreatie? Natuurlijk een leuk project voor Rijkswaterstaat!

Het is voor een waterbouwkundige een geweldig project om te mogen uitvoeren.
Echter, de argumentatie die tot dit project geleid heeft, het negeren van alle negatieve aspecten en de slogan ‘natuurherstel Westerschelde’ deugen niet.
Het verbaast me keer op keer dat Rijkswaterstaat in weerwil van de ontwikkeling van de fysische natuur blijft aangeven dat het project goed is voor de natuur in de Westerschelde.
Integendeel, het project bevordert juist enigszins de achteruitgang van de natuur in de Westerschelde.
Dat geldt ook voor de projecten Hedwigepolder (Oost-Zeeuws-Vlaanderen) en Waterdunen (West-ZeeuwsVlaanderen).
Tegen de natuur
De natuur in de Westerschelde blijft door ons handelen in dit tijdperk gewoon achteruitgaan.
Wij blijven grond tegennatuurlijk uit de Westerschelde verliezen aan de veel te ruim gemaakte Zeeschelde (bij Antwerpen) en door zandwinning in de Westerschelde en de Zeeschelde.
Een verschuiving van ondiepe naar diepere natuur in de riviermonding blijft gewoon doorgaan. Projecten waarin van polders door afgravingen zee wordt gemaakt, helpen juist die verstoring.
Die projecten zorgen voor een extra onttrekking van grond (slib) aan de Westerschelde door opslibbing, omdat de projecten tegen de natuur ingaan.
Noot redactie:
Deze slib als voedsel voor de vissen en vogels bedoelt is NU vervuild omdat het verontreinigd wordt door industrie en vies rioolwater uit half Belgi:e.

Willen we een duurzamere ontwikkeling van de Westerschelde dan moeten we de kern van het probleem aanpakken en de grondbalans, die we verstoren, zoveel mogelijk weer op orde brengen.
Daarnaast moet het gesleep met specie in de Westerschelde tot een noodzakelijk minimum beperkt worden.
De fysische natuur bepaalt immers de ontwikkelingsmogelijkheden voor de biologie en het duurzame karakter er van.
Het is in de Westerschelde te doen, niet op het land.

Aan de wens om de teruggang van schorren te stoppen en aangroei te bevorderen is volop te voldoen in de natuurlijkheid van de Westerschelde zelf.
Verantwoordelijkheid In het plan Perkpolder worden gedeeltelijk drie zeldzame twaalfde-eeuwse polders vernield, de Perkpolder, de Noordhofpolder en de Noorddijkpolder.
Deze zijn onderdeel van een hoge nes in een binnenbocht van de Westerschelde, hebben weinig zee-invloed gekend en zijn ouder dan de Westerschelde.
Waarom dan een oostelijke Perkpolder, gelegen op één meter boven NAP, vier meter afgraven?
Die polders slibben zeer snel weer op. De introductie van verzilting in deze zoete polders is enorm met 10.000 mg Cl’/l.
De achterwaartse verzilting schijnt al merkbaar te worden.
Hiervoor is uit den treure gewaarschuwd. De voorziene maatregelen tegen verzilting werken nauwelijks.

Die verzilting gaat gewoon door, traag maar gestaag.
Voor een effectieve bestrijding van die verzilting naar het achterland door middel van een gesloten damwand over de volle lengte van de nieuwe zeedijk heeft de provincie Zeeland geen geld over.
Hoewel de provincie dit ‘nieuwe natuur’- plan heeft opgelegd, wenst zij haar verantwoordelijkheid in dezen niet te nemen.
Natuurvernietiging
Er is veel meer veen uitgekomen dan men verwacht had. Veen waar de natuur drie- tot vierduizend jaar over gedaan heeft om het te vormen. Het lag eerst op een hoop aan de lucht te verbranden (oxideren) en is nu verwerkt op landbouwgronden, waar het na enige jaren totaal verbrand zal zijn
Pure natuur- en grondvernietiging. Het is helemaal niet goed voor de natuur van het land, noch voor die in de Westerschelde.

Veiligheid
De veiligheid is minder geworden en recreatief is het veel minder, omdat de wereldberoemde Bloemendijk, de Kalverdijk en de historische oude loofrijke Noorddijksedijk slachtoffer zijn geworden.
Er is dus geen directe natuurbeleving meer.
Er komt slechts een enkele vogelkijkhut buiten het gebied, terwijl die polders zelf recreatief veel aantrekkelijker waren.
In de polders, waar zee van gemaakt is, is de veiligheid verdwenen en de mensen achter de nieuwe zeedijk zijn direct de klos als er wat gebeurt, terwijl er tot nu toe nog eerst polders voor lagen.
In het plan Perkpolder heeft geen archeologisch onderzoek plaats gevonden, hoewel verwachtingen van vroegmiddeleeuwse bewoning werden bevestigd door fotografi e vanuit de lucht van het gebied.
En dit allemaal om zelfbedachte natuur belangrijker te achten dan de zeldzame aloude natuur aldaar.
Alleen gewenst door de natuurorganisaties. Het is heel triest.
aldus:   + Ir W.B.P.M. Lases is waterbouwkundige.

Toekomstkansen voor estuaria

delta 1 aug 2015delta 2 aug 20151

Bij een inrichtingsplan voor de Zuidwestelijke Delta vormen de grote structurele systeemmaatregelen de basis.
Procesnatuur volgt de waterloopkundige sturing vanzelf. 
De fysische natuur bepaalt de levende natuur en niet andersom.


Het ruime zeegat Westerschelde kan pas een estuarien karakter krijgen na realisatie van een dam met kering in de monding of door forse verkleining van het met zee verbonden wateroppervlak, het liefst tot dicht tegen de stroomgeulen.

De overige plannen voor estuaria kampen eveneens met veel te grote wateroppervlakten.
Bij een open verbinding tussen Oosterschelde en Grevelingen of Volkerak ondermijnt de toename van de stroomsnelheden het evenwicht. Ook de Kier in de Haringvlietdam maakt de droom niet waar.
Een estuarium is alleen mogelijk bij oppervlaktevermindering. Dit kan aanvangen met het omkaden van hogere platen en de aanleg van grote zoetwaterbekkens. Natuurlijke verlanding zal dit in een later stadium voortzetten.

Het merendeel van het kostbare zoetwater verliezen we via de open Nieuwe Waterweg in zee en bij vloed stroomt het zout er de Maas op.
Zeesluizen verhogen de waterveiligheid en zullen de bordjes voor de delta verhangen. De landelijke verzilting, die jaarlijks toeneemt met zo’n 10.000 hectare, kan dan met het beschikbare rivierwater worden gekeerd en de problemen met zoetwatervoorziening zijn eenvoudig op te lossen.

Het omslagpunt zee en rivieren verplaatst zich tevens van de risicovolle Drechtsteden naar het Zuidwesten.
Daar is aanvoer van rivierwater een randvoorwaarde voor een estuarium.


Migratierivieren als eerste stap
Zeesluizen zijn er de eerste decennia nog niet. Een estuarium is dan ook toekomstmuziek.
Aanleg van migratierivieren, als tijdelijke of permanente oplossing, is nu al wel mogelijk. Verlenging van de stroomroute en het vergroten van de stromingsweerstand, door drempels, kribben en meanders, remmen er de stroomsnelheid.
Zo ontstaat er een geleidelijke overgang van zout naar zoet, die doortrek van vis mogelijk maakt.
Aan ene zijde hebben we dan te maken
met een zout getijdenmilieu en aan de andere zijde van de migratierivier is het zoet en getijloos. Dit is vergelijkbaar met de geplande migratierivier bij de Afsluitdijk. Navolging van dit project ligt voor de hand.


Vraag naar nader onderzoek
Voor alle denkbare varianten van estuaria en migratierivieren, met en zonder zeesluizen in de Nieuwe Waterweg en met en zonder Westerscheldekering, zijn globale waterloopkundige berekeningen nodig.
Pas wanneer haalbaarheid, maatschappelijke en ecologische kosten en baten op een rij staan, kan met zorg gekozen worden voor één integraal plan van aanpak voor de Zuidwestelijke Delta in relatie tot een klimaatbestendig Nederland.
Bij estuaria is de balans tussen ruimte en water van belang. Voor een gezonde en samenhangende inrichting dient de noodzakelijke oppervlakteverkleining van de te verbinden wateren in de berekeningen voor de planvorming te worden meegenomen.
aldus  W. Borm  Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer augustus 2015.
Noot redactie website:
Het is onbegrijpelijpelijk dat natuurvrienden en inwoners van Antwerpen niet kunnen begrijpen dat het groter maken van het wateroppervlak in de Westerschelde en Zeeschelde (Belgie) leidt tot grotere opstuwing van het water richting Antwerpen waar het niet verder kan. Eilanden voor de monding, omkaden van zandplaten zal verhinderen dat het zoute zeewater het kan winnen van de uitstroom van rivierwater, zodat een natuurlijke vaargeul ontstaat die minder zal meanderen.

 

Geachte redactie,  

Er gebeurt veel aan planvorming op het gebied van waterbeheer. Denkt u maar eens aan ontpolderen zoals  bij de Hedwige, de verzilting van onder meer het Volkerak, de plannen voor de Grevelingen en het Haringvliet, het  Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta en het Natura 2000 Beheerplan Deltawateren.

In onze ogen zijn dit plannen die min of meer op de verkeerde leest zijn geschoeid en die geen wezenlijke bijdrage leveren aan de hoofddoelen waterveiligheid, zoetwatervoorziening en milieu. Om dit duidelijk te maken bekijken we in het artikel “Zeegaten te ruim voor gezonde delta” de waterproblematiek vanuit historisch geografisch oogpunt en weerleggen voor de zuidwestelijke regio de huidige koers van het Deltaprogramma.

We hopen dat u tot publicatie van dit artikel overgaat.

Met vriendelijke groet,

Adviesgroep Borm & Huijgens

W. Borm, secretaris.

 

1
Zeegaten te ruim voor een gezonde delta
Als gevolg van menselijk handelen ontstonden zeegaten die eeuwenlang Nederland
bedreigden. De Zuiderzeewerken en de Deltawerken herstelden grotendeels onze
zwaar doorbroken kustlijn met dammen. Open gebleven gaten veroorzaken nog altijd
extreme waterbewegingen. De Westerschelde vergroot het getij met 50% bij
Antwerpen en door de Oosterscheldekering gaan zeer krachtige stromingen, die het
gehele zeegat voorzien van eb en vloed.Voor de gewenste ontwikkeling naar een
estuarium ontbreekt aanvoer van rivierwater en zijn de resterende en de voormalige
zeegaten te buitenproportioneel van oppervlak.

De Adviesgroep Borm en Huijgens vraagt zich af of een gezonde en samenhangende
inrichting van de Zuidwestelijke Delta nog wel mogelijk is.
W. Bilderdijk: Detail bestuurlijke indeling Nederland anno 1000 n. Chr.

 


Veel land verdronken
Tot in de Middeleeuwen kenden de Lage Landen een vrijwel aaneengesloten kustlijn.
Smalle estuaria van Maas, Schelde en Honte stroomden door het veengebied en mondden
uit in zee. Later zou de zee er veel land opslokken en hele gebieden verzilten.
Historisch geografisch bezien werd zeegatvorming mogelijk door buitensporige exploitatie
van veen, ontwatering en inklinking, verwaarlozing van dijken en inundaties in oorlogstijd.
Het gespaard gebleven landoppervlak kwam in de vorm van eilandpolders in zee te liggen.
Geteisterd door stormen en watersnoden hield Zeeland zich met wisselend succes boven
water (Luctor et Emergo). Enorme hoeveelheden zout water verplaatsten zich dagelijks door
2
de sterk gehavende kustlijn en schuurden de gaten zo ver uit, dat Nederland aan het zeegatgeweld ten onder dreigde te gaan.
Na de Zuiderzeevloed van 1916 werd eindelijk besloten om het grootste zeegat te sluiten.
In het zuidwesten nam men na de ramp van ’53 pas maatregelen.
Historische kaart Zeeland begin 16e eeuw.
Onjuiste aanpak waterproblemen
Onbedoeld gaf de mens aan de zee de ruimte om de kustlijn te doorbreken, de delta uit te hollen en het estuarium terug te dringen tot de Biesbosch en achter Antwerpen.
Het is verbazingwekkend dat er instanties zijn, die de ontstane gaten typeren als natuurlijke deltawateren en streven naar behoud, herstel en uitbreiding. Verdere verzilting wordt zelfs doorgedrukt! Het met open armen binnenhalen van zout en getijde, is naïef en tegengesteld aan wat in het verlengde van de Deltawerken zou moeten gebeuren.
Sinds 1970 is het zuidwesten vrijwel geheel afgesneden van rivierwateraanvoer en gaat de verzilting er gestadig voort. De situatie verergert met verdieping, ontpoldering, afgraving en het verbinden van de wateren.
Aanzienlijke projecten zijn nog altijd op de verkeerde leest geschoeid.
Hierdoor verliezen de overheid en de natuurbescherming veel aan geloofwaardigheid.
Preventief Deltaprogramma gewenst
Ons land ligt ten opzichte van de zee lager dan ooit en heeft dan ook een zwaar kunstmatige waterhuishouding met dijken, sloten en gemalen. Maar de relatieve bodemdaling gaat voort.
Om het “Waterschap Nederland” blijvend te beschermen tegen de gevaren van de zee en de rivieren, zijn respectievelijk een afsluitbare en stevige kustlijn en een maximale noodberging vereist. Alleen een preventief Deltaprogramma, dat streeft naar waterveiligheid en zoetwatervoorziening en dat de Deltawerken compleet maakt, herstelt het vertrouwen.
3

 

 

 


Toekomstkansen voor estuaria
Bij een inrichtingsplan voor de Zuidwestelijke Delta vormen de grote structurele systeemmaatregelen de basis. Procesnatuur volgt de waterloopkundige sturing vanzelf.
De fysische natuur bepaalt de levende natuur en niet andersom.
Het ruime zeegat Westerschelde kan pas een estuarien karakter krijgen na realisatie van een dam met kering in de monding of door forse verkleining van het met zee verbonden wateroppervlak, het liefst tot dicht tegen de stroomgeulen. De overige plannen voor estuaria kampen eveneens met veel te grote wateroppervlakten. Bij een open verbinding tussen Oosterschelde en Grevelingen of Volkerak ondermijnt de toename van de stroomsnelheden het evenwicht. Ook de Kier in de Haringvlietdam maakt de droom niet waar. Een estuarium is alleen mogelijk bij oppervlaktevermindering. Dit kan aanvangen met het omkaden van hogere platen en de aanleg van grote zoetwaterbekkens. Natuurlijke verlanding zal dit in een later stadium voortzetten.
Het merendeel van het kostbare zoetwater verliezen we via de open Nieuwe Waterweg in zee en bij vloed stroomt het zout er de Maas op. Zeesluizen verhogen de waterveiligheid en zullen de bordjes voor de delta verhangen. De landelijke verzilting, die jaarlijks toeneemt met zo’n 10.000 hectare, kan dan met het beschikbare rivierwater worden gekeerd en de problemen met zoetwatervoorziening zijn eenvoudig op te lossen.
Het omslagpunt zee en rivieren verplaatst zich tevens van de risicovolle Drechtsteden naar het zuidwesten. Daar is aanvoer van rivierwater een randvoorwaarde voor een estuarium.
Migratierivieren als eerste stap
Zeesluizen zijn er de eerste decennia nog niet. Een estuarium is dan ook toekomstmuziek. Aanleg van migratierivieren, als tijdelijke of permanente oplossing, is nu al wel mogelijk. Verlenging van de stroomroute en het vergroten van de stromingsweerstand, door drempels, kribben en meanders, remmen er de stroomsnelheid. Zo ontstaat er een geleidelijke overgang van zout naar zoet, die doortrek van vis mogelijk maakt. Aan ene zijde hebben we dan te maken met een zout getijdenmilieu en aan de andere zijde van de migratierivier is het zoet en getijloos. Dit is vergelijkbaar met de geplande migratierivier bij de Afsluitdijk. Navolging van dit project ligt voor de hand.
Vraag naar nader onderzoek
Voor alle denkbare varianten van estuaria en migratierivieren, met en zonder zeesluizen in de Nieuwe Waterweg en met en zonder Westerscheldekering, zijn globale waterloopkundige berekeningen nodig.
Pas wanneer haalbaarheid, maatschappelijke en ecologische kosten en baten op een rij staan, kan met zorg gekozen worden voor één integraal plan van aanpak voor de Zuidwestelijke Delta in relatie tot een klimaatbestendig Nederland.
Bij estuaria is de balans tussen ruimte en water van belang. Voor een gezonde en samenhangende inrichting dient de noodzakelijke oppervlakteverkleining van de te verbinden wateren in de berekeningen voor de planvorming te worden meegenomen.
W. Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer augustus 2015

Geachte redactie,  

Er gebeurt veel aan planvorming op het gebied van waterbeheer. Denkt u maar eens aan ontpolderen zoals  bij de Hedwige, de verzilting van onder meer het Volkerak, de plannen voor de Grevelingen en het Haringvliet, het  Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta en het Natura 2000 Beheerplan Deltawateren.

In onze ogen zijn dit plannen die min of meer op de verkeerde leest zijn geschoeid en die geen wezenlijke bijdrage leveren aan de hoofddoelen waterveiligheid, zoetwatervoorziening en milieu. Om dit duidelijk te maken bekijken we in het artikel “Zeegaten te ruim voor gezonde delta” de waterproblematiek vanuit historisch geografisch oogpunt en weerleggen voor de zuidwestelijke regio de huidige koers van het Deltaprogramma.

We hopen dat u tot publicatie van dit artikel overgaat.

Met vriendelijke groet,

Adviesgroep Borm & Huijgens

W. Borm, secretaris.

Geachte redactie,  

Er gebeurt veel aan planvorming op het gebied van waterbeheer. Denkt u maar eens aan ontpolderen zoals  bij de Hedwige, de verzilting van onder meer het Volkerak, de plannen voor de Grevelingen en het Haringvliet, het  Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta en het Natura 2000 Beheerplan Deltawateren.

In onze ogen zijn dit plannen die min of meer op de verkeerde leest zijn geschoeid en die geen wezenlijke bijdrage leveren aan de hoofddoelen waterveiligheid, zoetwatervoorziening en milieu. Om dit duidelijk te maken bekijken we in het artikel “Zeegaten te ruim voor gezonde delta” de waterproblematiek vanuit historisch geografisch oogpunt en weerleggen voor de zuidwestelijke regio de huidige koers van het Deltaprogramma.

We hopen dat u tot publicatie van dit artikel overgaat.

Met vriendelijke groet,

Adviesgroep Borm & Huijgens

W. Borm, secretaris.

Polderkinderen alsnog gehoord

REGIO  |  30 april 2015   |   reageer  |   Door Noelia Romero Cabrera, Dichtbijredacteur

http://static-webregio.nl/content/images/medium/13478250_635659902751768616.jpg

1 / 1

zoom out

RHOON -

De Polderkinderen mogen alsnog hun Burgerinitiatief tegen de aanleg van het natte natuur- en recreatiegebied genaamd, ''Landschapspark Buytenland'' in Rhoon toelichten. Dit gebeurt op 18 juni aanstaande voor een speciale Kamercommissie en via aparte procedure, in gang gezet door Tweede Kamerlid Jaco Geurts van het CDA. 

Geurts vindt dat de Polderkinderen op de een of andere manier hun verhaal alsnog moeten kunnen doen, hoewel aan het besluit van de commissie niets te veranderen is. Eind maart werd het burgerinitiatief, gestart door Sharona en Mariëlle de Klerk, niet ontvankelijk verklaard door de Tweede Kamercommissie Beroepsschriften & Burgerinitiatieven. Geurts zegt er ''grote moeite'' mee te hebben dat het Burgerinitiatief van de polderkinderen, dat door ruim 41.500 mensen is ondersteund op louter procedurele afwijkingen van tafel geveegd is.

               

Polderkinderen alsnog gehoord

REGIO  |  30 april 2015   |   reageer  |   Door Noelia Romero Cabrera, Dichtbijredacteur

http://static-webregio.nl/content/images/medium/13478250_635659902751768616.jpg

1 / 1

zoom out

RHOON -

De Polderkinderen mogen alsnog hun Burgerinitiatief tegen de aanleg van het natte natuur- en recreatiegebied genaamd, ''Landschapspark Buytenland'' in Rhoon toelichten. Dit gebeurt op 18 juni aanstaande voor een speciale Kamercommissie en via aparte procedure, in gang gezet door Tweede Kamerlid Jaco Geurts van het CDA. 

Geurts vindt dat de Polderkinderen op de een of andere manier hun verhaal alsnog moeten kunnen doen, hoewel aan het besluit van de commissie niets te veranderen is. Eind maart werd het burgerinitiatief, gestart door Sharona en Mariëlle de Klerk, niet ontvankelijk verklaard door de Tweede Kamercommissie Beroepsschriften & Burgerinitiatieven. Geurts zegt er ''grote moeite'' mee te hebben dat het Burgerinitiatief van de polderkinderen, dat door ruim 41.500 mensen is ondersteund op louter procedurele afwijkingen van tafel geveegd is.

               

We kregen foto's toegestuurd van wat straks te gebeuren staat!

 

perkpolder

Nog een foto!!

 

perkpolder2

 

derde foto

 

perkpolder3

Als we denken aan de vele luchtkastelen die over de rug van de belastingbetaler zijn uitgevoerd, en waar onze nakomelingen de "vruchten" van moeten "plukken" , moeten we HOPEN dat dit project  niet diezelfde lijdensweg beschoren wordt!
De HSL-Lijn gekocht met ontpolderings-toezeggingen richting Antwerpen en "De Groene Zegen voor het land". De Betuwelijn...nog steeds met verlies. Alles bij elkaar millardenstroppen die jaarlijks groeien!!

Van “De Levende Delta” ontvingen wij het bericht over een interessant
 Symposium: 
" Schelde-estuarium in beweging" 
Groeipolders - Verzilting - Strekdammen
 
woensdagavond 20 mei 2015, aanvang 19.30 uur
(inloop vanaf 19.00 uur).

De plaats van samenkomst is ( in de bovenzalen van) het Vergader- en Congrescentrum De Stenge in Heinkenszand.

Vriendelijke groeten,
Namens Red onze Polders 
Nout en Magda de Feijter

De uitreiking van een Zeeuws Lintje door omroep Zeeland aan mensen, die hiermee waardering ontvangen voor het vele werk dat zij belangeloos doen.

“Red onze Polders” heeft Kees de Broekert hiervoor aangemeld met deze argumentatie:

Kees is vanaf 2006 zeer in de weer om voor “Red onze Polders” actie te voeren tegen de ontpolderplannen. Hij heeft al vele spandoeken met goede teksten gemaakt en weet velen te activeren en te overtuigen van zijn mening en dat op een goede manier, zonder andersdenkenden te kwetsen..

Er waren 30 aanmeldingen bij omroep Zeeland, Kees is met nog drie personen uitgekozen, waar omroep Zeeland een medaille met lintje kwam brengen.

Kees is één van de vele personen, die zich belangeloos inzet om het ontpolderen te voorkomen. Ook voor al die anderen is de waardering van “Red onze Polders” zeer groot. In gedachten is er ook voor hen deze waardering.